Achtergrond van het experiment
In Nederland hebben we een heel efficiënt voedselproductiesysteem, maar dit systeem loopt tegen haar grenzen aan. Het huidige systeem, voornamelijk gebaseerd op grote velden met één gewas (monocultuur), heeft ons grote voordelen opgeleverd op het gebied van productie van voedsel, maar veel mensen worden zich steeds meer bewust van de negatieve impact van dit landbouwsysteem op de natuur. Het zorgt voor verlies van biodiversiteit en heeft ons afhankelijk gemaakt van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, die schadelijk kunnen zijn voor zowel mensen als de natuur. Bovendien krijgen telers vaak lage prijzen voor hun producten en staat hun beloning vaak niet in verhouding tot hun werk.
Transitie naar meer gewasdiversiteit
Om de transitie naar een duurzamere, op ecologie gebaseerde landbouw, mogelijk te maken slaan zo’n 70 wetenschappers uit verschillende vakgebieden, 25 akkerbouwbedrijven en ruim 30 ketenpartners en belangenorganisaties de handen ineen. In CropMix bestuderen we akkerbouwsystemen waarin gewasdiversiteit centraal staat, zoals strokenteelt, waarbij strookjes van verschillende gewassen naast elkaar groeien. Dit bevordert de biodiversiteit op de akkers en kan ons helpen minder afhankelijk te worden van kunstmest en pesticiden. Dit komt bijvoorbeeld doordat het ene gewas de natuurlijke vijand van de plaag van het andere gewas aantrekt en ziektes zich minder snel verspreiden door een veld.
Maar hoe werkt zo’n gewasdivers systeem en welke voor- en nadelen heeft het? Dat onderzoeken we de komende vijf jaar met ecologen, landbouwkundigen, economen en sociale wetenschappers. Ze onderzoeken ecologische processen op de akkers, maar kijken ook naar de logistiek en verdienmodellen, en ze bestuderen de rollen van verschillende partners in de voedselketen, waaronder ook consumenten.
Wat is het beste gewaspaar?
Een veelgehoorde vraag van telers die strokenteelt of andere vormen van mengteelt overwegen is: welke gewassen gaan goed samen? Het beantwoorden van die vraag vereist het testen van heel veel combinaties, maar we hebben niet genoeg tijd en ruimte om alle interessante combinaties te testen op de proefvelden van de universiteit. Bovendien kunnen we onze deelnemende telers niet voorschrijven wat ze moeten verbouwen.
Gelukkig zijn er in Nederland zijn er veel mensen met een moestuin en waardevolle ervaring en die ons kunnen helpen. In een moestuin groeien vrijwel altijd verschillende gewassen naast en door elkaar, waardoor ze bij uitstek geschikt zijn om verschillende gewascombinaties te testen. Daarom vragen wij moestuiniers door heel Nederland ons te helpen om gewascombinaties te testen en akkerbouwers op weg te helpen. Met dit citizen science project, oftewel burgerwetenschap, verzamelen we in korte tijd veel waardevolle data uit verschillende omgevingen, zoals bodemtype en landschap.
Het experiment
De deelnemers van MoestuinMix testen verschillende gewascombinaties testen met tuinbonen. Vorig jaar testten de deelnemers de combinatie tuinboon met pompoen en een combinatie van tuinboon met een zelfgekozen gewas. Dit jaar testen we de combinatie tuinboon en rode biet en is de tweede combinatie wederom tuinboon met een gewas naar keuze. Ons doel is erachter te komen welke combinaties de teelt van tuinbonen bevorderen en welke processen daarvoor zorgen, zoals groei en weerbaarheid.
Nieuw seizoen
In 2026 start ons experiment voor het derde jaar op rij! Wil je meedoen of ben je nieuwsgierig? Lees meer op de aanmeldpagina of meld je direct aan via onderstaande knop.

Resultaten MoestuinMix 2025
Eén van de doelen van ons experiment was het benutten van kennis van moestuinders die van waarde kan zijn voor de akkerbouw, met name als het gaat om strokenteelt of andere vormen van gewasdiverse teeltsystemen. We vroegen de deelnemers allemaal een keuzegewas te kiezen om te combineren met tuinbonen en ook waarom jullie voor dit gewas kozen.
Hieronder lees je de voorlopige resultaten van 2025. Om de conclusies nog beter te maken, herhalen we het experiment in 2026.
Top 10 keuzegewassen
Hieronder zie je de top 10 van meest voorkomende keuzegewassen van de deelnemers in 2025. Daarachter lees je de meest voorkomende redenen om dit gewas te combineren met tuinbonen.
- Wortel – Kan tegelijkertijd (vroeg) gezaaid worden met de tuinbonen; tuinboon geeft stikstof en schaduw aan wortel; wortel is een knolgewas, net als rode bieten; de oogst valt iets later dan oogst tuinbonen, waardoor je langer kunt oogsten van hetzelfde stukje grond.
- Diverse soorten kool (zoals bloemkool, broccoli, sluitkolen, paksoi, koolrabi, etc.) – Wortel/knolgewassen passen bij rode biet; kolen profiteren van de stikstof van de tuinbonen; kolen zijn nog vrij klein zolang de tuinbonen groeien en als de tuinbonen geoogst zijn is er voldoende ruimte voor grote kolen.
- Peulen, erwten en kapucijners – Worden net als tuinbonen relatief vroeg in het seizoen geoogst, zodat er daarna ruimte is voor andere gewassen zoals uitdijende pompoen; handig in de wisselteelt want allemaal zelfde plantenfamilie (vlinderbloemigen); vergelijkbare bemestingsbehoefte als tuinboon; kunnen beide tegelijkertijd beschermd worden tegen vogelvraat; hogere cultivars houden tuinbonen uit de wind.
- Uien – Gelijktijdig groeiseizoen met tuinbonen; verjagen mogelijk slakken, luizen en andere plagen; als test om te zien of uien ook natuurlijke vijanden van plagen verjagen.
- Aardappel – Kan de stikstof van de tuinbonen goed benutten; heeft een gelijktijdig groeiseizoen / vergelijkbare oogsttijd als tuinboon; luizen in de tuinbonen trekken natuurlijke vijanden aan die mogelijk ook gunstig zijn voor plagen in aardappelen; ruimtebesparing.
- Sla – Gelijk groeiseizoen met tuinbonen.
- Spinazie – Gelijk groeiseizoen met tuinbonen; resultaten seizoen 2024 wezen op mogelijk positief effect dus wilde een deelnemer het nogmaals testen.
- Snijbiet– Lijkt op rode bieten; profiteert van stikstof van tuinbonen; makkelijk te telen.
- Bloemen (veel Oost-Indische Kers en Goudsbloemen) – Vanggewas/lokplant voor plagen (voornamelijk luizen); aantrekken van bestuivers; staat mooi.
- Kruiden, voornamelijk dille – Verjagen van plagen/luizen; even hoog als tuinbonen.
Naast deze specifieke redenen werd bij vrijwel elk keuzegewas ook genoemd dat het gewas werd gekozen omdat het paste in het wisselteeltschema of de moestuinplanning of dat het gewoon een probeersel was zonder specifieke reden.
Opbrengst
Welke gewassen zijn een goede buur voor tuinbonen? Om daarachter te komen testten de deelnemers allemaal twee combinaties: tuinboon met rode biet en tuinboon met een gewas naar keuze. Vervolgens hebben zij de opbrengst van de tuinbonen aan ons doorgegeven.
Verschilscore
We hebben voor elke tuin het verschil uitgerekend tussen de opbrengst van de bonen naast rode biet en de opbrengst van bonen naast het keuzegewas. Het verschil hiertussen is de ‘verschilscore’. Per keuzegewas zie je deze scores in de onderstaande grafiek. De groene staven laten gewassen zien waarnaast de bonen het beter deden dan naast rode biet en de rode staven laten gewassen zien waarnaast de bonen het slechter deden dan naast rode biet.

